Archief. Dit bericht is niet langer actueel.

Vijf jaar na de aanslagen in België: het belang van samenwerking tegen extremisme blijft

20/03/2021, Brussel – Vijf jaar zijn verstreken sinds de aanslagen in Brussel van 22 maart 2016. In die periode is er veel gebeurd. De regering nam heel wat maatregelen, de diensten werken nauwer samen, het Actieplan Radicalisme (Plan R) wordt geactualiseerd en de dreiging is sterk geëvolueerd. Sinds januari 2018 staat het algemene dreigingsniveau in België op 2, gemiddeld. “Toch is er geen reden om op onze lauweren te rusten”, waarschuwt het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD).   

De burgeroorlog in Syrië heeft ertoe geleid dat bijna tien jaar geleden duizenden zijn vertrokken om tegen het regime van Assad te strijden. Hier waren ook heel wat westerlingen bij. Een groot deel van hen heeft zich aangesloten bij terreurgroepen, waaronder IS. Ook uit België zijn heel wat mensen vertrokken, zeker in de beginperiode van het conflict.

Momenteel worden in ons land nog steeds zo’n 500 Foreign Terrorist Fighters (FTF’s) prioritair opgevolgd. Het laatste vertrek naar Syrië dateert van 2018 en ook het aantal strijders in het conflictgebied is sinds 2018 min of meer stabiel. Ongeveer 290 FTF’s bevinden zich nog ter plaatse. Van die groep zouden een 165 vermoedelijk overleden zijn.  Ongeveer een derde van alle vertrekkers zijn ondertussen teruggekeerd naar België. De overgrote meerderheid deed dat al in de periode 2013-2014. Al deze personen worden opgevolgd via de Gemeenschappelijke Gegevensbank (GGB).

Van een hoofdzakelijk jihadistische dreiging…

De opkomst van IS en het IS-kalifaat resulteerde tussen 2014 en 2018 in een golf van terreur in West-Europa. Het algemene dreigingsniveau in België stond toen op niveau 3 (ernstig). De aanslagen van 2015 in Parijs en 2016 in Brussel waren de laatste grote aanvallen door getrainde IS-commando’s.

De aanslagen in West-Europa na 2016 waren van een heel ander type. Radicalisering gebeurt vooral via het internet en  gewelddadige acties zijn meestal het werk van individuen die op eigen houtje handelen. Over het algemeen zijn hun methodes eenvoudig en gebruiken ze wapens zoals messen of voertuigen. De focus van de veiligheidsdiensten verlegt zich bijgevolg.

Met het verlies van haar territoriale bastions, namen ook de aantrekkingskracht en de propaganda van IS af. Daardoor daalde ook enigszins de dreiging. Toch betekent dat niet dat er helemaal geen gevaar meer is vanuit jihadistische hoek. De ideologie en propaganda bestaan nog steeds en behouden hun invloed. De laatste aanslagen in Frankrijk en Oostenrijk hebben dit duidelijk aangetoond. We moeten dus waakzaam blijven bij zogenaamde trigger events. Dat zijn gebeurtenissen die een sterke emotionele impact kunnen hebben op extremisten, zoals de herpublicatie van de Mohammed-cartoons in Frankrijk in september vorig jaar.

… naar een diffuser dreigingsbeeld

Daarnaast merken we de voorbije jaren een opmars van rechts-extremistisch gedachtegoed. Daarmee sluit België zich aan bij een internationale trend. De economische crisis, de migratiecrisis van 2015-2016 en de aanslagengolf in West-Europa zijn maar enkele elementen die hierin een rol spelen.

Ook in deze context is de dreiging van individuen groter dan die van groepen en mag het belang van internet en sociale media niet worden onderschat. Bovendien moeten we ervoor waken dat het rechts-extremisme en het jihadisme elkaar niet wederzijds gaan versterken. Dat zou de groeiende polarisering in de maatschappij nog verder aanwakkeren.

Veel ingezet op samenwerking en informatiedeling, maar vooral veel lessen getrokken

De voorbije jaren hebben we veel geleerd en vooral ook belangrijke lessen getrokken. Enkel repressief optreden volstaat niet. Er moet zo kort mogelijk op de bal worden gespeeld, ook via preventie. Samenwerking tussen alle betrokken diensten op alle beleidsniveaus, met sociale en preventiediensten en met het sociale middenveld is cruciaal.

Momenteel is er een actualisering bezig van het Actieplan Radicalisme (Plan R) van 2015. De verankering van de verschillende overlegplatformen zal onder andere een belangrijke stap in deze richting zijn. De gemeenschappen en gewesten zijn geïntegreerd in de Nationale Taskforce en naar analogie met de Lokale Taskforces, overlegplatformen met een veiligheidsinsteek, zijn er op gemeentelijk niveau nu ook Lokale Integrale Veiligheidscellen inzake Radicalisme (LIVC’s-R) ingericht. De LIVC’s-R staan op lokaal niveau in voor vroegdetectie, preventie, opvolging en re-integratie. De verdere actualisering van het Plan R moet zo nog beter inspelen op de noden van vandaag.

De Gemeenschappelijke Gegevensbank (GGB) visualiseert deze opvolging. Vanaf het ogenblik dat personen aan de wettelijke criteria voldoen, komen ze terecht in de GGB, waar alle betrokken diensten pertinente informatie delen. Dat staat garant voor een opvolging op maat van elke persoon. Soms zal dat een veiligheidsgeoriënteerde aanpak zijn, soms een sociopreventieve opvolging.

Omdat het dreigingsbeeld in de loop der jaren veranderd is, zijn er in de GGB nieuwe categorieën bijgekomen. Daarnaast zijn de voorwaarden voor opname en schrapping verfijnd op basis van wettelijke criteria. Daar waar er in de beginperiode 900 personen werden opgevolgd (allemaal FTF’s indertijd), zijn dit er vandaag nog 700, onder wie ook een 50 rechts- extremisten en een 15-tal links-extremisten.

Uitdagingen voor de toekomst

De uitdagingen zijn nog steeds legio. De veranderde dreiging maakt dat we waakzaam moeten blijven en intensief blijven samenwerken. We mogen geen gas terugnemen in het delen van informatie noch in het plegen van overleg.

Het OCAD zal zijn coördinerende rol blijven vervullen en partners rond de tafel brengen. Dat zal onder meer gebeuren via de overlegplatformen van het Plan R en de GGB, maar ook via nauw contact met onze internationale partners. Onze veiligheidscultuur mag niet worden afgebouwd. Daarnaast is het minstens even belangrijk om als samenleving weerbaar te worden tegen extremistische propaganda en gewelddadige acties. Dat zijn we verplicht aan de slachtoffers van de aanslagen en aan hun naasten.