Teruggekeerde vrouwen uit de jihadistische conflictzone: van vertrek naar re-integratie

18/06/26, Brussel – De Belgische vrouwen die in het verleden de terroristische organisatie IS hebben vervoegd in Syrië en Irak en nadien terugkeerden naar ons land lijken van het extremistische gedachtengoed te zijn afgestapt.  “Van zo goed als alle vrouwen zijn we vandaag vrij zeker dat ze op het goede pad zijn”, zegt Gert Vercauteren als directeur van het OCAD.

In de VRT NWS-podcastreeks “Vrouwen van IS” wordt ingezoomd op het verhaal van Belgische vrouwen die tussen 2012 en 2015 naar Syrië en Irak vertrokken om zich aan te sluiten bij terroristische organisatie IS. De podcast plaatst individuele verhalen in een bredere maatschappelijke en veiligheidscontext.

In dat kader verleende het OCAD zijn medewerking om duiding te geven bij deze thematiek, met aandacht voor de dreigingsevaluatie, de veiligheidscontext waarin deze feiten zich hebben afgespeeld en de evolutie van de situatie doorheen de tijd.

Het fenomeen in cijfers

In de periode van 2012 – 2015 vertrok een 500-tal individuen vanuit ons land naar Syrië en Irak, een regio die op dat moment werd getekend door gewapend conflict en de opkomst van de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS).

Meer dan 10 jaar later kan volgende balans opgemaakt worden: ongeveer 200 van de vertrekkers keerden terug naar Europa, terwijl een 200-tal ter plaatse om het leven kwam. Ongeveer 100 personen bevinden zich vandaag, mogelijk nog in leven, in de regio.

De belangrijkste terugkeerbewegingen vonden plaats tussen 2014 en 2016, toen een groot aantal personen op eigen initiatief terugkeerde. Nadien bleef het aantal terugkeerders eerder beperkt, met uitzondering van enkele repatriëringsoperaties van vrouwen en kinderen.

De rol van vrouwen: een genuanceerd beeld

Hoewel het publieke beeld vaak focust op mannelijke strijders, maken vrouwen een niet te verwaarlozen deel uit van dit fenomeen. Ongeveer 112 vrouwen vertrokken naar Syrië en Irak, wat neerkomt op ongeveer 22% van de vertrekkers. Onder de teruggekeerde personen waren ongeveer 58 vrouwen, goed voor ongeveer 30%. Deze cijfers tonen aan dat vrouwen een duidelijk en betekenisvol aandeel hadden binnen het fenomeen van Foreign Terrorist Fighters (FTF), en geen louter randverschijnsel vormden binnen de bredere dynamiek.

“Het beeld van vrouwen als ‘willoze schaapjes’ moet genuanceerd worden. Sommigen volgden misschien hun partner, maar vele vrouwen waren zelf ideologisch overtuigd.”

— Gert Vercauteren, directeur OCAD

De vrouwen vertrokken naar het conflictgebied om uiteenlopende redenen. Eenmaal ter plaatse namen vrouwen verschillende rollen op. Die rollen waren vaak minder zichtbaar in de publieke ruimte, maar maakten wel integraal deel uit van de werking van de organisatie. Zo waren vrouwen betrokken bij het organiseren van het dagelijkse leven in het gebied dat onder controle stond van IS, en droegen zij bij aan sociale structuren en administratieve taken binnen terroristische netwerken. Daarnaast konden zij ook een rol spelen in logistieke ondersteuning of in de verspreiding van extremistische propaganda, onder andere via sociale media en persoonlijke netwerken.

Dit bredere beeld toont aan dat hun betrokkenheid niet louter kan worden herleid tot een passieve aanwezigheid. Binnen het kader waarin terroristische organisaties functioneren, omvat deelname immers zowel directe als indirecte vormen van ondersteuning.

Bij terugkeer vertaalt deze diversiteit zich eveneens in uiteenlopende profielen. Sommige vrouwen verbleven gedurende een beperkte periode in de conflictzone, terwijl anderen er langer actief waren. Dat verschil heeft ook een impact op de dreigingsevaluatie en de opvolging. Het onderstreept het belang van een individuele en zorgvuldige beoordeling van elk dossier.

Opvolging op maat als sleutel tot risicobeheersing

De opvolging van teruggekeerde Foreign Terrorist Fighters, inclusief vrouwen, gebeurt in België binnen het kader van de nationale strategie ter preventie en bestrijding van Terrorisme, Extremisme en Radicalisering (Strategie T.E.R.). Deze strategie vertrekt vanuit het principe dat elke situatie een aanpak op maat vereist. Concreet betekent dit dat voor elke terugkeerder een specifieke dreigingsevaluatie wordt uitgevoerd, gekoppeld aan een aanpak die afgestemd is op het risicoprofiel. Voor sommige individuen ligt de nadruk op een veiligheidsgerichte opvolging, terwijl bij anderen de focus meer ligt op socio-preventieve begeleiding met het oog op een mogelijke re-integratie in de samenleving.

“Veiligheidsdiensten moeten als een brandweerman de brand blussen. Maar als je de oorzaak niet aanpakt, blijven er nieuwe brandjes ontstaan.”
— Gert Vercauteren, directeur OCAD

Door deze multidisciplinaire, geïntegreerde aanpak kunnen risico’s doelgericht worden beheerd en wordt tegelijk een concreet kader geboden voor begeleiding en re-integratie.

Een positieve evolutie, met blijvende waakzaamheid

Een belangrijke vaststelling in de analyse van het FTF-fenomeen is de duidelijke evolutie doorheen de tijd. Waar in het verleden soms werd gevreesd dat terugkeerders een onmiddellijke dreiging zouden vormen, tonen de huidige gegevens een meer genuanceerd beeld.

“Geen enkele teruggekeerde vrouw lijkt nog terreur of ander geweld te overwegen.”
— Gert Vercauteren, directeur OCAD

Binnen de groep van 58 teruggekeerde vrouwen zijn er momenteel geen aanwijzingen van betrokkenheid bij terrorisme of ander geweld. De graad van recidive inzake terrorisme is in deze groep bovendien quasi onbestaande. Ook binnen de bredere groep van terugkeerders blijft recidive uit, zo blijkt uit onze analyses.

Daarnaast is inmiddels ongeveer 60% van de teruggekeerde personen geschrapt uit de Gemeenschappelijke Gegevensbank, na een aantoonbare en duurzame positieve evolutie. Vandaag worden nog 82 teruggekeerde FTF’s prioritair opgevolgd door de bevoegde diensten, waaronder 22 vrouwen. Deze tendens bevestigt de meerwaarde van de geïntegreerde aanpak binnen de Strategie T.E.R. Desalniettemin blijft waakzaamheid voor individuen die een dreiging kunnen vormen noodzakelijk, aangezien een nulrisico in deze context niet bestaat.