Belgische Foreign Terrorist Fighters: stand van zaken

14/09/2026, Brussel – Na het uitbreken van het conflict in Syrië en Irak vertrokken vanaf 2012 honderden personen uit België naar het jihadistische conflictgebied. Een deel keerde intussen terug, terwijl anderen nog in de regio verblijven of vermoedelijk zijn overleden. In onderstaand overzicht licht het OCAD toe hoe deze personen worden opgevolgd en wat de huidige stand van zaken is op basis van de meest recente beschikbare informatie.

Historische duiding

Na het uitbreken van het conflict in Syrië en Irak zijn er zo’n 500-tal individuen uit ons land vertrokken om zich voornamelijk bij een terroristische organisatie als Islamitische Staat (IS) aan te sluiten. Van die 500 zijn er ongeveer 200 individuen teruggekeerd naar Europa, een 100-tal bevinden zich nog in het conflictgebied, mogelijk nog levend. En een 200-tal individuen zijn overleden.

Terugkeerders

Wanneer een Foreign Terrorist Fighter (FTF) terugkeert naar België, worden de structuren voor de opvolging onmiddellijk geactiveerd. De meeste FTF’s werden in absentia veroordeeld en worden bij terugkeer direct overgebracht naar de gevangenis.

De individuele opvolging omvat zowel een veiligheidsluik als een sociaal-preventief luik, om het risico op recidive bij de vrijlating zoveel mogelijk te beperken. Ook daar voorzien de structuren van de Strategie T.E.R. in een opvolging buiten de gevangenis, via de Lokale Taskforces (LTF) voor het veiligheidsaspect en de Lokale Integrale Veiligheidscellen inzake Radicalisme (LIVC R) voor de sociaal-preventieve opvolging.

Tenslotte worden ze allen ook strikt opgevolgd door de Justitiehuizen wanneer ze de gevangenis verlaten onder voorwaarden, en zijn er gespecialiseerde sociaal-preventieve diensten die inzetten op disengagement, die met hen werken, al van in de gevangenis.

Pas als alle signalen op groen staan, worden ze verwijderd uit de Gemeenschappelijke gegevensbank inzake terrorisme, extremisme en radicalisering (GGB T.E.R.) en stopt hun opvolging. Van het 200 tal terugkeerders zijn intussen ongeveer 60% geschrapt uit de GGB T.E.R. na een aantoonbare, positieve evolutie. Er is quasi geen recidive voor terrorisme bij deze groep.

De diensten blijven echter waakzaam. Een aantal blijft nog steeds vatbaar voor extremisme.

Deze personen blijven opgevolgd worden via een geïndividualiseerde aanpak in het kader van de Strategie T.E.R. Hierin werken alle betrokken diensten nauw samen op alle bestuursniveaus binnen het kader van hun bevoegdheden.

In Syrië en Irak

Op dit ogenblik worden nog een 150-tal Belgische Foreign Terrorist Fighters in het jihadistische conflictgebied in Syrië en Irak opgevolgd in de GGB T.E.R., waarvan:

  • minstens 54 overleden zouden zijn
  • 96 anderen mogelijk nog in leven zijn:
    • 12 mannen in de gevangenissen in Irak (9 recent overgebracht vanuit Syrië)
    • 4 mannen in de gevangenissen in Syrië
    • 7 vrouwen in de kampen in Syrië; met 9 kinderen
  • Voor de overige, een 70-tal Belgische FTF’s, is de beschikbare informatie minder duidelijk. Een deel is overleden. Een ander deel bevindt zich in de provincie Idlib (westen van Syrië), waar ze de rangen van andere (extremistische) groeperingen hebben vervoegd of intussen een normaal leven leiden. De veiligheidsdiensten verzamelen informatie en wisselen die ook met elkaar uit om een zo goed mogelijk zicht te houden op de situatie ter plaatse.

Opmerking: Het adjectief ‘Belgisch’ dat betrekking heeft op de FTF’s, verwijst naar het land waar ze verbleven voor hun vertrek en niet naar hun nationaliteit.