Connecting the dots

De Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie TER)

De Strategie TER – Wat?

De Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie TER) wil terrorisme en extremisme, met inbegrip van het radicaliseringsproces, in onze maatschappij zo veel mogelijk inperken. Het oorspronkelijke Plan R uit 2006 focuste vooral op een repressieve en veiligheidsaanpak, maar gaandeweg groeide het bewustzijn dat dat niet voldoende was. Daarom is het Plan R in verschillende  etappes  geëvolueerd naar een plan voor een multidisciplinaire aanpak, met scharnieren op alle beleidsniveaus van België en een nauwe samenwerking tussen alle betrokken actoren. Sinds 8 september 2021 is de Strategie Extremisme & Terrorisme (Strategie TER) de opvolger van het Plan R. Ook de deelstaten hebben de Strategie officieel onderschreven. De thematieken die binnen de Strategie TER behandeld worden, omvatten de meest uiteenlopende politieke, ideologische, confessionele of filosofische overtuigingen.

De Strategie TER – Wie?

Ondertussen nemen aan de Strategie TER dus niet alleen meer de veiligheidsdiensten deel  (zoals het OCAD, de federale en lokale politie en de twee Belgische inlichtingen- diensten VSSE en ADIV), maar ook verscheidene federale overheidsdiensten (de FOD Binnenlandse Zaken, de FOD Financiën, de FOD Justitie,…), de gemeenschappen en de gewesten (de Dienst Jeugdwelzijn, de Justitiehuizen,…), en tal van lokale actoren zoals de steden en gemeenten samen met sociopreventieve diensten. Een louter repressieve aanpak is immers geen voldoende oplossing. Het startpunt van de strijd tegen terrorisme, extremisme en radicalisering is een inclusieve samenleving. Daarom maken ook preventie en re-integratie integraal deel uit van de Strategie TER. Geval per geval moet gekeken worden  welke aanpak de beste is.

De Strategie TER – Overlegplatformen

De Strategie TER werkt op basis van diverse overlegplatformen.

Op repressief/veiligheidsvlak zijn er de Lokale Taskforces (LTF’s), het centrale zenuwstelsel van de Strat TER. De LTF’s zijn het netwerk waar veiligheidsdiensten informatie uitwisselen en concrete cases bespreken. In onderlinge afstemming wordt beslist of en hoe personen opgevolgd worden door het nemen van veiligheids- of sociopreventieve maatregelen.

Op preventief vlak zijn er de Lokale Integrale Veiligheidscellen inzake Radicalisme (LIVC’s-R). In de LIVC’s-R zijn géén veiligheidsdiensten aanwezig, maar wel lokale autoriteiten samen met psycho- en welzijnsgeoriënteerde diensten. Sinds 2018 is elke gemeente verplicht om een LIVC-R te hebben, hoewel gemeentes er ook voor kunnen kiezen om hun LIVC-R gezamenlijk met andere gemeentes in te richten. De  LIVC-R wordt steeds getrokken door de burgemeester. Verder nemen ook nog de IO  (lokale politie) en vertegenwoordigers van lokale sociale actoren (scholen, VDAB,  OCMW’s, CAW’s, enz.) deel. Hun aanpak is preventief geënt en moet vooral laagdrempelig zijn en hun eigen finaliteiten ondersteunen. Het doel is een begeleiding op maat.

De Information Officer (IO) van de lokale politie zorgt voor de informatieflux tussen de LTF en de LIVC-R. De IO is de enige partner die zowel op de LTF als op de LIVC-R aanwezig is. Hij heeft dus een brugfunctie en is niet de vertegenwoordiger van de lokale politie, maar van de LTF in de LIVC-R.

Voor meer informatie over de LIVC’s-R en hun werking, zie onze brochure.

Op strategisch niveau is er tot slot de Nationale Taskforce (NTF), die instaat voor de aansturing van het Plan R. Het OCAD is de voorzitter van de NTF, waarin ook de volgende diensten vertegenwoordigd zijn. Zij zijn de belangrijkste partners binnen de Strategie TER.

  • het Openbaar Ministerie
  • de inlichtingendiensten: de Veiligheid van de Staat en de militaire inlichtingendienst ADIV;
  • de politiediensten (federaal en lokaal)
  • de FOD Buitenlandse Zaken
  • de FOD Binnenlandse Zaken met de Algemene Directie Veiligheid en Preventie; de Algemene Directie van de Dienst Vreemdelingenzaken; de Algemene Directie van het Nationaal Crisiscentrum
    • de FOD Justitie met het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen; de Dienst Erediensten en Vrijzinnigheid en de Cel Terrorisme en Gewelddadige Radicalisering;
    • de FOD Financiën met de Cel voor Financiële Informatieverwerking
  • de Vlaamse Overheid
  • de Federatie van Wallonië-Brussel
  • het Waalse Gewest
  • de Duitstalige Gemeenschap
  • het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest

De Strategie TER voorziet daarnaast ook in werkgroepen, die zich telkens op een specifieke thematiek enten. Dankzij de werkgroepen kan er heel flexibel ingespeeld worden op wijzigende tendensen en fenomenen. De bedoeling van de werkgroepen is om specialisten uit de verschillende diensten en overheden samen te brengen om  expertise en kennis over een bepaalde thematiek uit te wisselen.