02/03/2026, Brussel – In 2025 zijn zo’n 555 extremisten prioritair opgevolgd. Het gaat om een daling van ongeveer 3% tegenover het jaar voordien. Die daling komt vooral omdat individuen positief evolueren of zijn overleden, zo meldt het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD).
Onze democratische rechtstaat verdedigt zich tegen extremisme en terrorisme. De ruggengraat van deze aanpak is de Gemeenschappelijke Gegevensbank T.E.R. (GGB T.E.R.). Die bevat de profielen van individuen die prioritair worden opgevolgd. Het OCAD is de operationele verantwoordelijke voor de GGB T.E.R. Het coördinatieorgaan beslist over de opname en verwijdering van entiteiten, en zorgt voor een individuele dreigingsanalyse van elk van de profielen.
Aantal extremisten daalt
“Op een jaar tijd is het aantal gekende extremisten licht gedaald van zo’n 574 naar ongeveer 555 individuen die prioritair worden opgevolgd”, stelt Gert Vercauteren als directeur van het OCAD. In 2025 zijn 79 individuen geschrapt uit de GGB T.E.R., terwijl er 60 nieuwe entiteiten bijkwamen.
Personen worden verwijderd uit de GGB T.E.R. wanneer duidelijk is dat zij gedurende geruime tijd positief evolueren en er geen negatieve elementen meer opduiken. Individuen worden ook niet langer opgenomen wanneer hun overlijden als bevestigd wordt beschouwd. “Het totale aantal individuen daalt al enkele jaren. Dit hoeft niet te verbazen, de periode van de talrijke vertrekken naar jihadistische conflictzones ligt al enkele jaren achter de rug”, licht Vercauteren toe.
Het grootste deel van de individuen, namelijk 86%, behoort tot islamitisch extremisme. Daarnaast wordt een kleinere groep van zo’n 8% in verband gebracht met rechts-extremisme. Ongeveer 3% van de entiteiten situeert zich binnen het links-extremistische spectrum.
De overige personen worden opgevolgd in het kader diverse dreigingen die voorkomen uit een specifieke thematiek in de samenleving zoals anti-establishment gevoelens, staatsterrorisme, nihilistisch extremisme, het incel fenomeen of een politieke context in het buitenland.
Extremisme uit zich op verschillende manieren. Er bestaan op dit moment vijf categorieën van extremisten die een sterke band hebben met België. Sommige individuen komen echter voor in verschillende categorieën. Zo kan iemand zowel als haatpropagandist (HP) én potentieel gewelddadige extremist (PGE) zijn opgenomen in de GGB T.E.R. Of bijv. als homegrown terrorist fighter (HTF) én haatpropagandist (HP) in de context van een extremistische ideologie.
- 289 foreign terrorist fighters (FTF’s): personen die naar een conflictgebied zijn vertrokken om er een terroristische organisatie te vervoegen of hiervan terugkeerden, of van wie het vertrek is verhinderd of die de intentie hebben om dit te doen;
- 50 homegrown terrorist fighters (HTF’s): personen die terroristische acties plegen, ondersteunen of concreet voorbereiden;
- 124 haatpropagandisten (HP’s): personen die het gebruik van geweld willen rechtvaardigen omwille van ideologische doeleinden. Met hun invloed willen ze hun omgeving doen radicaliseren en schade toebrengen aan de rechtsstaat;
- 102 potentieel gewelddadige extremisten (PGE’s): personen met extremistische opvattingen die een intentie hebben om geweld te gebruiken, maar die nog geen concrete stappen daartoe hebben ondernomen;
- 38 terrorismeveroordeelden (TV’s): personen die veroordeeld, geïnterneerd of onder beschermingsmaatregel geplaatst zijn voor terrorisme in België of in het buitenland.
Vroeg detecteren en samenwerken
Het OCAD is de coördinator van de nationale strategie voor preventie en bestrijding van terrorisme, extremisme, inclusief het radicaliseringsproces (Strategie T.E.R.). Die strategie steunt op nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling tussen alle betrokken partnerdiensten.
“Dankzij de gemeenschappelijke gegevensbank kunnen alle partners informatie uitwisselen over de verschillende beleidsniveaus heen. De Strategie T.E.R. werkt als het zenuwstelsel van onze veiligheidsaanpak: signalen worden snel doorgegeven waardoor de juiste diensten op het juiste moment kunnen reageren”, vertelt Gert Vercauteren.
In ons land is een netwerk gegroeid dat signalen van extremisme en terrorisme vroegtijdig detecteert. Problematische gevallen krijgen een traject op maat om de risico’s te verminderen en, wanneer mogelijk, de re-integratie in de samenleving voor te bereiden. De lokale taskforces (LTF) en de lokale integrale veiligheidscellen (LIVC-R) staan centraal in deze multidisciplinaire aanpak.
Uitdaging voor toekomst
“Ik wil benadrukken dat dit werk nooit af is”, aldus Vercauteren. “We mogen geen gas terugnemen in het delen van informatie noch in het plegen van overleg. Bovendien is het minstens even belangrijk om als samenleving weerbaarder te worden tegen extremistische propaganda. Vooral de online radicalisering bij jongeren, waaronder minderjarigen, vormt een grote uitdaging”, besluit de directeur.
Lees ook
OCAD en Egmontinstituut organiseren Fusion Conference over ‘De jihadistische dreiging: 10 jaar na de aanslagen in Brussel’
17/02/2026, Brussel – Voor de vijfde keer organiseerden het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) en het Egmontinstituut een gezamenlijke conferentie in het kader van het OCAD...
Students@cuta: Een unieke kans om je masterproef aan te scherpen
12/02/2026, Brussel – Ben je masterstudent en gaat je eindwerk over thema’s als terrorisme, radicalisering, extremisme of uitdagingen inzake veiligheid? Het OCAD biedt je de...
Daling aantal dreigingsmeldingen, maar veiligheidscontext blijft complex
06/02/2026, Brussel – In 2025 ontving het Coördinatieorgaan voor dreigingsanalyse (OCAD) 157 meldingen van dreigingen met een link naar terrorisme en/of extremisme. Dit komt neer...




